Het
wereldbeeld in het Hindoe-denken
Tat asad eva sanmano kuruta syama iti
(Taittiriya Brahamana II 2,9,1-2)
'Het niet-zijnde besloot te zijn en (is) aldus'
Menigmaal wordt mij de vraag gesteld of er in het Hindoeïsme
een scheppingsverhaal bestaat. 'Ja', zeg ik dan, 'en wel meer
dan een'. Alleen heet het geen 'scheppingsverhaal', maar een
visie op de 'wording'. De kosmologie, het wereldbeeld, in het
hindoeïsme geeft - in overeenstemming met o.m. de Purusha
en de Nâshadaya sukta uit de Rig-veda, het idee aan van
een heelal dat zich in een permanente staat van wording bevindt,
bhava. Niet dat er een 'God' de wereld schept of ooit heeft
geschapen, maar het goddelijke oerprincipe, het Absolute, Brahman,
is zelf de wereld (geworden) door middel van dit proces. De
verschijningsvormen, de fenomenen in de wereld zijn uitingen
of manifestaties van de oerbron die zelf onzichtbaar en onuitsprekelijk
blijft. Hier is sprake van een eindeloos evolutieproces; de
schepping rijst op uit een eindeloos verleden en evolueert zich
naar een eindeloze toekomst. Er wordt daarin gesproken over
gigantische tijdperken, eonen van tijd, ook over de Dag en de
Nacht van Brahmâ (de Schepper), en over yuga's die overgaan
in manvantara's en andere.
In de 'wording' is er een on-onderbroken komen en gaan, niet
alleen van levende wezens (… planten, dieren, mensen, ...),
maar ook van werelden en van het heelal als geheel. Niets ontstaat
of verdwijnt echter, slechts de bestaanstoestanden evolueren
en zijn steeds anders. Alles bevindt zich in een eeuwige 'flux'
of 'flow'. Hindoes zien 'de schepping', inclusief de mensenwereld,
als een ontvouwing van één goddelijk principe.
De mogelijke manifestaties van dit goddelijke mysterie zijn
oneindig (Rigveda X:90). Purusha, het Brahman is de enige realiteit,
al het andere is niet meer dan een modificatie of transformatie
van Dat. volgende
pagina 
|