|
Het verbranden, de Holika-dahan,
vindt 40 dagen na het planten ‘s avonds plaats. Vooraf verricht
de pandit een offerande en het plantje, dat het goede symboliseert
( Prahlad), wordt verwijderd. Nu kan de brandstapel, die het
kwaad symboliseert (Holika) aangestoken worden. Speciale muziekgroepen
zingen dan stichtelijke en Holi-liederen. Het Goddelijke wordt
bezongen en al zingend maakt men rondgangen om de brandende
stapel als teken van overwinning van de goede macht en vernietiging
van de kwade. Het zingen gaat door totdat de Holika helemaal
verbrand is.
vorige pagina 
De volgende dag barst het Holi-feest
los. Ongeacht op welke dag het Holi feest valt, het feest duurt
tot de eerstvolgende dinsdag. De muziekgroepen gaan bij mensen
langs om Holi-liederen; chautaals en kabirs, te zingen. Er is
een uitbundige stemming, er wordt gegeten, gedronken, en gezongen
door jong en oud, familieleden, kennissen en vrienden. Men besprenkelt
elkaar met parfum en reukwater, bepoedert elkaar flink en begiet
elkaar met allerlei vloeistof; abier. Dit symboliseert de verschillende
kleuren en geuren van de in bloei staande natuur. De mens is
immers een deel van de schepping en dus van de natuur. De gebeurtenissen
in de natuur hebben invloed op het gedrag van de mens. Aan de
ene kant brengt de winter met koude en donkere dagen veel narigheid
met zich mee. Aan de andere kant is de lente de tijd van opleving,
bloei en verlichting, het symbool van nieuw leven en nieuwe
hoop. Zodoende stelt de brandstapel ook de duistere winter en
de slechte daden van de mens voor. Met het verbranden wordt
dus afgerekend met al het negatieve. In een uitgelaten feeststemming
begint men opnieuw met een schone lei en iedereen wenst elkaar
een gezegend Holi-feest; een Subh Holi !
|